donderdag 10 juli 2014

1918




*
Woensdag 9 juli
HH Martelaren van Gorkum
*
1918 - NIET VLAANDEREN MAAR DE PARIJS GEZINDE GATLIKKERS  ZIJN DE WARE SCHULDIGEN

*
Gatlikkersstoel voor onze Parijse onderdrukkers
.
Waar de Vlamingen verantwoordelijk zijn voor het ledigen van het potje achteraan.
*

INLEIDING
’t Pallieterke ter ere, het moet gezegd: onderstaand artikel is balsem op onze ziel. Vooral de volgende weken en maanden, ja zelfs de volgende 4 jaar (‘14-‘18), is het een must. Voor een habbekrats krijgt U het wekelijks digitaal toegestuurd. Neem het gerust van mij aan; ’t Pallieterke is het beste tegengif voor al de indoctrinatie die U te wachten staat.
De Europese chi-chi madammen en chi-chi meneren hebben zich al laten bewonderen te Ieper, onder de Britse Menenpoort, stevig ingeplant op de weg waar eens honderdduizenden Britse soldaten de weg op moesten, samen met de vele sukkelaars uit de Britse ‘Dominions’. Enerzijds om n als kanonnenvlees te dienen, en anderzijds om kanonnenvlees te maken van hun Duitse lotgenoten. Er woedde immers een Heilige Oorlog waarin er te doden viel, of zelf gedood te worden. Wat een eer nog maar eens in de veie Vlaamse velden, te mogen sterven voor Vorst en Vaderland.
In plaats van – voor de mooie foto – te staan pronken onder een regen van rode papaverblaadjes, samen gestroomd onder een opgedrongen pronkerig Brits monument ten eeuwigen dage aan deze gemartelde stad, was men beter bijeen gekomen aan de veilige kant van het Ieperlee-Kanaal naar Boezinge, daar waar de eerste linies van beide legers oog in oog met elkaar stonden. Daar waar de Canadese legerarts John McCrae reeds in 1915 was bevallen van het wereldberoemd gedicht In  Flanders Filelds. De opengestelde kazematten daar zijn koud en kil, en – sprekend uit ervaring – The Last Post bij valavond weemoedig uitstervend onder de lage luchten weergalmend nog net binnen gehoorsafstand, die klaroenen zouden zelfs de doden uit hun eeuwige slaap kunnen halen. Hier geen glitter van blinkend koper en blinkend marmer, maar verroeste hospitaalbedden, waar  al dat kanonnenvlees naartoe werd gebracht om er te liggen sterven. Ze liggen nu al 100 jaar vredig slapend onder hun witte zerkjes, zo wat overal verspreid te v velde, te wachten op de Dag des Oordeels….
Met maar al te dikwijls met daarop de woorden: ’A soldier of the great War. – Known only to.

MIDDENSTUK
Onder voorname dankzegging
overgenomen door Digitalia bij

 
*
De oorlog die België hertekende

Vlaanderen heeft, bij monde van de Vlaamse Beweging, tientallen jaren lang het voorrecht genoten om in België, en zelfs in de wereld als geheel, de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, of althans van het IJzergebeuren, levend te houden, maar nu de honderdste verjaardag van het uitbreken van die Wereldoorlog overal herdacht wordt laat de Vlaamse Beweging verstek gaan.
De IJzerbedevaart werd opgedoekt, nadat zij door Schiltz, die geen kritiek duldde op zijn beleid van geven en toegeven, en zijn handpop Vandenberghe, die door de SP beloond werd met een zetel in de Senaat, deskundig werd uitgerangeerd. Daar staan we nu, met lege handen.

En nochtans... Het Vlaamse independentisme, het streven naar een zelfstandige staat, republiek of deelstaat met volledige autonomie, heeft grotendeels tijdens de Eerste Wereldoorlog vorm gekregen. Hoe numeriek gering soms ook, was het van meet af aan een beweging die zowel in het door Duitsland bezette landsgedeelte als in het gebied in de Westhoek van Vlaanderen dat Belgisch was gebleven, aanwezig was. Radicale flaminganten stonden aan weerszijden van de frontlijn. De “Activisten”, zoals de voorstanders van de Vlaamse zelfstandigheid in het bezette Vlaanderen werden genoemd, waren de wegbereiders van het latere Vlaams-nationalisme. Zij hebben “in Vlaanderen neergelegd: het ferment van de zelfstandigheidsgedachte. Die krijgen de vijanden nooit meer kapot” (Jozef Simons, in “Eer Vlaanderen vergaat”, 1927. Geciteerd in Sophie de Schaepdrijver, in Erfzonde van de Twintigste Eeuw, Houtekiet, 2013 , pag. 194). De gedachte leefde al van vòòr de oorlog, en werd in 1914 verwoord door de groep “Bestuurlijke Scheiding”, en het gelijknamige in Gent uitgegeven tijdschrift, dat onder leiding van Marcel Minnaert het in 1912 gelanceerde concept van de Waal Jules Destrée wilde uitdragen. Het blad werd door de Duitse censuur verboden. Hierin ziet Joost Vandommele (in het jaarlijks nieuwsblad van het René de Clercqge-nootschap, Deerlijk, 2014) een bewijs dat de bezetter zeker niet van meet af aan een zogenoemde Flamenpolitik voerde, d.w.z. de Vlaamse zelfstandigheidsgedachte steunde, zoals sommigen beweren die het Vlaamse radicalisme mordicus willen voorstellen als een vrucht van de invloed van de bezetter.

Het verhaal van 1914-18

Aan de andere kant van de loopgraven aan het front was er het Vlaams-nationalisme dat na de oorlog uitmondde in de Frontpartij en het latere VNV. De “Frontbeweging” was ontstaan uit ontevredenheid over de misprijzende behandeling van de Vlaamse troepen door de Belgische autoriteiten en officieren. De schrijver Stefan Hertmans, die het verhaal van 1914-18 heeft neergeschreven, vertelt in De Volkskrant van 4 janu-ari: “Mijn grootvader (die soldaat was in de Eerste Wereldoorlog) voelde zich vernederd door de officieren die het Frans gebruikten als teken van minachting. De Walen kregen na terugkeer uit de oorlog een extra rang. De Vlamingen niet. Dat verbitterde hen”. Hertmans zegt nog: “In die jaren begon de scheiding van de Vlamingen en de Walen. Dit is de oorlog die België hertekende”.

De wond die tijdens de oorlog aan de IJzer en na de oorlog door de hevige repressie van het Vlaamse radicalisme werd geslagen, is nooit schoongespoeld. De herinnering eraan werd integendeel na de Tweede Wereldoor-log nog versterkt door de confrontatie van de vlaamsgezinden met de nieuwe Belgi-sche repressiegolf, ditmaal in de vorm van pseudo-volksgedreven terreur met honderd-duizenden rechtstreekse en onrechtstreekse Vlaamse slachtoffers.

Maar niets daarvan inspireert vandaag in Vlaanderen de herdenking van de Eerste, en in het kielzog ervan, de Tweede Wereldoorlog, die allebei door België en zijn Vlaamse vrienden werden aangegrepen als historische kansen in de strijd tegen de Vlaamse onafhankelijkheid, of “zelfbestuur”, zoals de Frontbeweging het zeer correct noemde. “België blijft het als staat bijzonder moeilijk hebben met het oorlogsverleden, zeker in vergelijking met de buurlanden. Niet omdat hier tijdens de bezetting zoveel meer gruwelijke dingen gebeurden. Wel omdat de Belgische staat zich, meer dan elders, bedreigd voelde door nationalistische tendensen in Vlaanderen” (Dirk Achten, in De Standaard, 15 februari 1996, hoofdart.).

Vlaams bevrijdingsnationalisme

Of de Vlaamse regering nu de historische feiten respecteert, dan wel de geschiedenis in belgicistische zin helpt herschrijven, de Eerste Wereldoorlog was in Europa ook een strijd van bevrijdend volksnationalisme tegen agressief staatsnationalisme. En in Vlaanderen een strijd van Vlamingen tegen Belgen, en omgekeerd.

Het Belgisch nationalisme maakte deel uit van het over heel Europa verspreide staatsimperialisme. Dat vond na de oorlog een uitlaatklep in de voortvarende hertekening der grenzen. België hoopte de helft van het Rijnland te annexeren plus Nederlands-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Dit stuitte op het buldergelach van de mogendheden, en deed zoveel kwaad voor wat er nog restte van een Belgische reputatie dat men van regeringszijde niet aandrong.

Als een been om een dolle hond mee te sussen, werd België door de mogendhe-den wat kruimels toegeworpen: de Pruisische kantons Eupen en Malmedy, en het vrije Neu-Moresnet. Daar wordt, voor zover in Vlaanderen bekend, de Eerste Wereldoorlog - terecht - niet herdacht.

Maar ook het tegen het staatsnationalisme gerichte volksnationalisme kwam als overwinnaar uit de oorlog. Een groot aantal volkeren en volksdelen, van Ierland tot de Baltische staten, verwierven hun zelfstandigheid. Alleen daar waar Frankrijk de hand in had, gebeurde dat niet. Parijs weigerde stug in het veroverde Elzas-Lotharingen het volk bij referendum over zijn toekomst te laten beslissen.

Het staatsnationalisme sprak van wapenstilstand, gevolgd door een opgelegde, onvrije vrede. Het volksnationalisme riep met de revolutionairen die in het oosten (bolsjewieken) en in Duitsland (socialisten) de militaire regimes die zich daar gevestigd hadden omverwierpen en onmiddellijk een einde maakten aan de oorlog, met gebalde vuist “nooit meer oorlog”. Dit betekende dat men liever de nederlaag aanvaardde dan nog “kanonnenvlees” te leveren, ook al was dit in hun nadeel (verdrag van Brest-Litovsk in het oosten, verdrag van Versailles wat Duitsland betreft). Bij deze revolutio-naire gedachte vond Vlaanderen aansluiting. Het schreeuwde zijn “nooit meer oorlog” uit vanop de IJzertoren, totdat Vlaamse handlangers van het Belgisch nationaal-impe-rialisme dit veranderden in een banaal, ontmand, afgeroomd begrip “vrede”, een passe-partout woord dat ook de agressiefste mogendheden huldigen.

Van Severen

Op 29 november 1928 bracht Joris van Severen, die soldaat was geweest in de oorlog, namens het Vlaams-nationalisme in de Belgische Kamer hulde aan de Vlamingen (“activisten”) die tijdens de bezetting de onafhankelijkheid van Vlaanderen hadden uitgeroepen én aan de oudstrijders waar-toe hij behoorde en die dezelfde doelstelling hadden nagestreefd (“zelfbestuur”). Hij zei dat het activisme van tijdens de bezetting en de frontbeweging uit de loopgraven aan de andere zijde samen waren “de edelmoedigste en de meest gerechtvaardigde bewegingen die België sinds 1830 had gekend”. De collaboratie met de bezetter was, aldus Van Severen, “geen vergissing en geen verraad: het is België dat een vergissing is”.

Welke Vlaams-nationalist zegt hem dit in het hedendaagse parlement na?
MARK GRAMMENS

UITLEIDING
Joris van Severen werd in Mei ’40, samen met anderen, in Abbeville door dronken Franse hulp-gendarmen vermoord. Iedereen, een bus vol, werd ‘preventief’ door de Belgische Staatsvuiligheid opgepakt, en, om uit het bereik van de Duitse overvallers te blijven, weggevoerd naar … Frankrijk. De 2de nacht werden ze ondergebracht in de kelders van de muziekkiosk, en s morgens twee per twee naar buiten gebracht om te worden afgemaakt. De bevelvoerende  luitenant, verantwoordelijk voor de moordpartij, geniet tot op de huidige dag, de eer, dat een straat in Abbeville zijn naam draagt.
Het tragische bij Van Severen, de Notariszoon uit Wakken (W-Vl) is wel, dat zijn aanhouding op een misverstand bertustte. Hij stond namelijk al een hele tijd als valabel bekend, om de Vlaamse zaak naar een goede Belgische oplossing te begeleiden. Door te sterven onder de kogels van moordenaars in opdracht van diezelfde Belgische Staat, is de juiste toedracht hiervan in het doemscenario van de Repressie gebleven, met de uitleg dat Van Severen zich voor de oorlog bekeerd had tot een trouw aanhanger van Leopold III.
Want vergeten we het nooit: net als bij de Islam, heeft de Belgische Staat twee vijanden: de Waarheid (met hoofdletter) en de échte Geschiedenis. Derhalve is het goed, om via Marc Grammens te lezen over Van Severen, Vlaams Volksvertegenwoordiger, in het Parlement in Broeksèl:
“Op 29 november 1928 bracht Joris van Severen, die “soldaat was geweest in de oorlog, namens het Vlaams-“nationalisme in de Belgische Kamer hulde aan de “Vlamingen (“activisten”) die tijdens de bezetting de “onafhankelijkheid van Vlaanderen hadden uitgeroepen “én aan de oudstrijders waartoe hij behoorde en die “dezelfde doelstelling hadden nagestreefd “(“zelfbestuur”). Hij zei dat het activisme van tijdens de “bezetting en de frontbeweging uit de loopgraven aan “de andere zijde samen waren “de edelmoedigste en de “meest gerechtvaardigde bewegingen die België sinds “1830 had gekend”. De collaboratie met de bezetter “was, aldus Van Severen, “geen vergissing en geen “verraad: het is België dat een vergissing is”.
*
Na WO I kwam er de herkansing van WO II, met voor de Vlaming nog veel erger kwaad. België dacht toen, met de harde ‘repressie’, de Vlaamse Leeuw voor altijd te hebben gekooid, nadat hij ontmand en de strijdbare klauwen was uitgetrokken. En in die na-ooroogse periode leven we nog altijd. De Vlamingen zijn ondertussen wel met een kluitje in het riet gestuurd, en ze denken met een ‘deelregering’ een deel van het Staatsbestel te hebben verworven. Dat zou zo kunnen zijn, moesten er in die ‘deelregering’ geen gatlikkerstoelen meer zijn, wat jammer genoeg niet het geval is. Integendeel, de meeste zitjes zijn van dat model. En het zijn nu de Vlaamse Ondernemers die de potjes mogen ruimen….
Misschien dat er eerst een WO III moet komen, eer wij opnieuw kunnen zingen, dat ‘wij zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee’…

EINDE
*


Geen opmerkingen: