Posts tonen met het label POLITIEK. Alle posts tonen
Posts tonen met het label POLITIEK. Alle posts tonen

zaterdag 25 juli 2009

TEVEEL LEIDERS TE WEINIG ONDERDANEN

TEVEEL LEIDERS TE WEINIG ONDERDANEN

Politicus, een knelpuntberoep

De bloedarmoede is zeker niet alleen het gevolg van een falend rekruteringsbeleid in de partijen. Zij is vooral te wijten aan de ombouw die dit land in de opeenvolgende staatshervormingen heeft ondergaan. (...) De honger naar bekwame politici is nu veel groter dan het aanbod
Luc Huyse zoekt oplossingen voor de scheefgroei op de politieke arbeidsmarkt. Luc Huyse is socioloog en auteur.


'België, klein land, kan slechts een beperkt aantal steengoede politici verwekken. In het verleden kwamen we daar blijkbaar mee toe. Door de vermenigvuldiging van beleidsniveaus is dat nu een ernstig knelpunt aan het worden.' En volgens Luc Huyse is meer nodig dan de benoeming van niet-politici zoals Ingrid Lieten en Philippe Muyters om dat probleem aan te pakken.

Het heeft wel wat stof doen opwaaien, die parachutering van twee niet-politici in de Vlaamse regering. In krantencommentaren, lezersbrieven en blogs was te lezen dat de promotie van Lieten en Muyters niet erg democratisch is. "Waarom dan nog kiezen?", schreef Het Belang van Limburg (13/7). Maar meer nog was te horen dat de komst van de twee technici aangeeft hoe groot de bloedarmoede in de politieke partijen geworden is. De Standaard van 13 juli legde de oorzaak daarvan vooral in de neiging van de hoofdkwartieren om niet langer in de lange termijn te investeren: beloftevolle jongeren krijgen al te weinig de tijd om rustig te groeien, net zoals in onze voetbalclubs.

Het zit, denk ik, veel dieper. België, klein land, kan slechts een beperkt aantal steengoede politici verwekken. In het verleden kwamen we daar blijkbaar mee toe. Door de vermenigvuldiging van beleidsniveaus is dat nu een ernstig knelpunt aan het worden. Er zijn honderden veeleisende posities te bemannen op federaal en gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk, Europees en mondiaal vlak. Dat lukt ons niet meer, de visput is te klein. (Het is alsof de voetbalcoach van Standard elk weekend in zes verschillende competities spelers van formaat zou moeten opstellen.) We zitten, met andere woorden, met een vervelend probleem van human resources.

Ik heb in een tabelletje, voor wat de federale en regionale topfuncties betreft, een vergelijking gemaakt tussen de situatie in 1969 en die van nu. Er zijn, zo blijkt, nu meer dan dubbel zoveel posities te bemannen.

Er is meer. In 1969 waren er 390 parlementsleden. Nu tellen de verschillende assemblees samen 513 rechtstreeks verkozen mandatarissen, waarvan er bovendien 115 met een tweede petje op in nog een parlement zitting hebben. Al die cijfers verbergen nog andere knelpuntberoepen. De regering van Gaston Eyskens kwam veertig jaar geleden toe met net geen dertig kabinetschefs. Nu zijn er minstens driemaal zoveel nodig. Het zelfde groeipercentage tekent ook het hele organigram van de parlementen: er is een verdrievoudiging van het aantal bureauleden, fractieleiders en commissievoorzitters. Ook op gemeentelijk vlak is een probleem gerezen. Daar heeft het niet zozeer te maken met de hoeveelheid mandaten, maar met de sterk gestegen beroepsvereisten - zeker in de grote steden. Het ambt van burgemeester in Antwerpen en zo is nu te vergelijken met de functie van federaal staatssecretaris. (Dat is ook te merken aan de migratie van hooggekwalificeerde politici naar een schepencollege.) En dan vergeet ik nog de provinciegouverneurs en hun bestendige deputaties.

Vijf assemblagelijnen
Op twee andere niveaus zijn dan weer geheel nieuwe posities ontstaan. Het Arbitragehof, hoeksteen van onze federale staat, heeft zes (gewezen) toppolitici nodig. Belangrijker nog zijn de ontwikkelingen op internationaal vlak. België stuurt 23 politici naar de Europese instellingen, namelijk 22 leden van het parlement en 1 commissaris. Daarnaast zetelen politici in de Raad van Europa en beëindigen anderen, een enkele keer noodgedwongen, hun carrière in instanties als het Hof van Justitie in Luxemburg of de Europese Centrale Bank.

Het talent dat al deze posities optimaal kan invullen is er niet meer. De bloedarmoede is zeker niet alleen het gevolg van een falend rekruteringsbeleid in de partijen. Zij is vooral te wijten aan de ombouw die dit land in de opeenvolgende staatshervormingen heeft ondergaan. De politiek bevat hier nu minstens vijf assemblagelijnen. De honger naar bekwame politici is daardoor veel groter dan het aanbod. Ik hoor u denken: de spreiding van politieke taken over zoveel beleidsniveaus moet het werk in elk daarvan toch lichter maken - zodat de vereiste capaciteiten, in vergelijking met 1969, ook wat minder zwaar mogen wegen. Maar is dat wel zo? De complexiteit in de wereld van de politiek is fel toegenomen. De bevolking is mondiger en, in de ogen van de politicus, lastiger geworden. De overheid moet, eisen de burgers, een oplossing vinden voor alles waarvan zij wakker liggen - zelfs nadat die overheid de laatste jaren op vraag van velen danig vermagerd is. De media van hun kant zijn politiek gezien helemaal ontvoogd. Nogal wat journalisten gedragen zich nu in hun omgang met politici als kuitenbijters. Dat maakt het politieke werk een stuk moeilijker.

Er is al gezocht naar maatregelen die de krapte op de politieke arbeidsmarkt kunnen milderen. De inzet van buitenstaanders zoals Lieten en Muyters is daar een recente demonstratie van. Trouwens, democratisch is daar niets mis mee. Ik verkies een paar bekende niet-politici in de regering boven een hoop onbekende opvolgers in het parlement. Dat zijn pas witte, want kleurloze, konijnen. De drastische verlaging van de leeftijdsgrens voor ministerabelen en kandidaat-parlementsleden is een maatregel die al wat vroeger in gang is gezet. Alleen gaat dat gepaard met een gelijktijdige inkorting van de houdbaarheidsdatum van wie op hoog niveau actief is. De winst is bijgevolg beperkt.

Nog iets langer geleden is soelaas gezocht in een voor de hand liggende richting: de ontginning van de enorme reserve aan talent in de vrouwelijke bevolking. Politieke correctheid dicteert die stap te zien als het product van twee, door ethiek gedragen, ontwikkelingen. Er is de emancipatiedrang van de vrouwen, ook in het politiek bedrijf. En er is eindelijk, zo wordt althans beweerd, de onbaatzuchtige erkenning van die drang door de mannen. Over het eerste bestaat geen twijfel. Maar is het toeval dat de doorbraak er gekomen is op het moment dat het aanbod van bekwame mannen niet meer volstond om alle politieke functies in te vullen? Iets gelijkaardigs is al eens eerder gebeurd, op een veel breder vlak dan. Met de spectaculaire groei van de economie in de jaren zestig nam de behoefte aan arbeidskrachten razendsnel toe. Import van migranten volstond niet. Ook toen is gedacht aan een veel grotere inschakeling van vrouwen. Ook toen is door de mannen met de vlag van de kansengelijkheid gezwaaid, als lokmiddel wellicht. Emancipatiebewegingen kennen het verschijnsel: zij gaan vooruit als de behoeften van de economie of van het politiek systeem als glijmiddel voor meer rechtvaardigheid kunnen dienen.

Wat te doen?

Minder assemblagelijnen in het politiek bedrijf en dus minder in te vullen functies? Dat vergt chirurgische ingrepen. De splitsing van België is er één van. Afschaffing van de provincies een andere. Iets eenvoudiger lijkt me weg te snijden van wat binnen elk bestaand beleidsniveau misschien toch overbodig is. Zou de Senaat nog zo hoogstnodig zijn? Moet het Brusselse Parlement echt bijna negentig leden tellen? Is de scheiding van het Waalse Gewest en de Franstalige Gemeenschap nog van deze tijd? Zijn bevoegdheidspakketten, bijvoorbeeld in de Vlaamse regering, niet veel homogener te maken, waardoor er minder kabinetschefs vereist zijn? Het komt nu ook te vaak voor dat nieuwe functies ontstaan omdat coalitiepartners anders niet tot een vergelijk komen. Waarom was er anders een 'regeringscommissaris, toegevoegd aan de minister van Begroting' nodig?

Los daarvan wordt er ook met talent en kwaliteit gemorst. Partijbelangen leiden er geregeld toe dat niet de meest bekwame man of vrouw in een topfunctie terechtkomt. Misschien was er in de ene partij dringend behoefte aan een gewestminister uit Oost-Vlaanderen. Of zagen de jonge krokodillen in de andere partij een slimme vijftiger, zo oud en zo eigenwijs, echt niet meer zitten.
Bron DM
Digitaliaanse Diverse Divergentia
‘Zoveel ik dragen kan”, de oude familiespreuk van de Uitgeversfamilie De Lille uit Maldegem, die ik een beetje tot de mijne gemaakt heb voor wat betreft persoonlijke ‘bagage’ dreigt nu mijn rug te breken. Ik denk, moest Klein Duimpje uit Maldegem nu geleefd hebben, dat hij de familiespreuk zou hervormd hebben tot ‘Zoveel mij vaste schijf kan dragen’….
Ne ook weer met dat nietszeggend artikel over de aller beroertste kwaliteit van onze Grote Geesten. De geleerde Perfesser vertelt niets nieuws, maar zijn werkstuk is onthoudenswaard voor de getallen die de inflatie aan onbenullen vastlegt….
En weeral moet het mij van het hart : stuur ze allen, zonder uitzondering in de woestijn. En geef de Onkreukbaren een kans. Zij die al bijna 40 jaar lang hameren op de enige 2 punten van hun doelstelling en, juist om die rechtlijnigheid, uitgesloten worden van het feest van de democratie.
Het is nochtans onafwendbaar : de Belgica is ten dode opgeschreven….De Flandria is opgetuigd, en ligt klaar om uit te varen. Aalleen nog de juiste bemanning vinden. We kennen die allemaal, maar zonder staatsgreep lukt het niet. Derhalve dan maar via de verkiezingen. Dat is niet alleen os recht, het is ook onze verdomde plicht! Daaraan iedere dag een klein beetje kunnen meewerken is een heilige plicht! Voortijds leefde er een Volk….schreef Priester-Dichter Hugo Verriest, meer dan 100 jaar geleden : dat Volk moet herleven….En ‘dat Volk’ dat zij allen!

zaterdag 27 juni 2009

APPELS EN PEREN IN DE POLITIEK

APPELS EN PEREN IN DE POLITIEK

Jacques Monash, oud-PvdA campagnestrateeg, constateert deze week in de Volkskrant dat ‘de politiek’ niets van Fortuyn heeft geleerd. Hij adviseert partijen dan ook om tegenover Wilders te stoppen met moddergooien en met een strategisch inhoudelijke repliek te komen. Ik zeg: doe geen moeite. Zolang je niet begrijpt dat de PVV-politiek complementair is aan je eigen politiek zal iedere reactie zijn doel missen.

Als er op een marktkraam tussen al het fruit honderd appels liggen uitgestald waarvan er vijf wormstekig en vijf beurs zijn, welke appels vallen dan op? Simpel, de tien bedorven appels vallen op. Zo zit de menselijke waarneming nu eenmaal in elkaar. We zien beweging en we zien uitzonderingen. Hoe mooi je die negentig goede appels ook oppoetst, je krijgt daarmee de tien aangetaste exemplaren niet van het netvlies.

De marktkraam staat symbool voor het politieke landschap in Nederland. Erachter staan de verkopers. Het gros prijst de negentig glimmende exemplaren aan, vertelt hoe ze straks nog stralender zullen glimmen en dat het ondanks de gebutste exemplaren een koopje blijft. Eén verkoper echter roept niet naar het winkelend publiek maar naar zijn collega’s: “haal die rotte appels weg, ze steken de hele mand aan!” Die verkoper heet Geert Wilders en zijn collega’s zijn verbijsterd. Want zo zit het vak van koopman toch niet in elkaar? Je gaat toch niet de aandacht vestigen op de slechte exemplaren? En onderling ruziemaken dat doe je al helemaal niet, ook op de markt gelden regels.

Nog steeds is een meerderheid van het publiek bereid de kooplui te geloven en weg te kijken van de slechte exemplaren. Zij vinden het onfatsoenlijk hierop te wijzen. Een groeiend percentage van de kopers begint zich echter zorgen te maken over de rotte appels; vooral omdat het er kort geleden nog maar een paar waren. Zij ontkennen niet dat de mooie exemplaren prachtig glimmen en vast heel goed zullen smaken, maar zij vrezen dat de hele oogst bederft als de kooplui volharden in nietsdoen. “Dus jij vindt appels walgelijk” krijgt de opstandige verkoper nu te horen, “smerige appelhater, jouw soort hebben we hier eerder gehad. Jij zou graag zien dat er alleen peren verkocht werden! Nou ik heb nieuws voor jou, er bestaan ook rotte peren. O zo!”

Bizarre conversatie, zonder meer. Toch is dit precies het appels-en-peren verhaal dat zich rondom de PVV afspeelt wanneer het gaat om de drie I’s: integratie, immigratie en islam. Wilders concentreert zich op wat fout gaat en stelt maatregelen voor om die fouten te herstellen en de gevolgen weg te nemen. Wilders bemoeit zich niet, ik herhaal: niet, met wat goed gaat. En dat is een aanpak die niet helemaal begrepen wordt. Wilders’ aanpak is complementair aan het bestaande beleid. Het richt zich niet op de emancipatie van de willigen, maar op repressie van de onwilligen.

Verander je inkoopbeleid zegt Wilders, we moeten een moratorium instellen op immigratie uit moslimlanden. Ai, ai, ai, een moratorium, Wilders is een racist. Even afgezien van het feit dat de gehele mensheid uit slechts één ras bestaat, vraag ik mij af of Wilders hier iets anders zegt dan Eberhard van der Laan. Deze PvdA-bewindsman opperde vorige week namelijk dat we maar eens moesten stoppen met het toelaten van laagopgeleide, analfabete kansarme immigranten. Toegegeven, andere woorden, maar volgens mij betreft het hier dezelfde mensen.

Dezelfde instromers die PvdA-coryfee Ien Dales twintig jaar geleden al deed verzuchten “het is moeilijk soep koken als iemand steeds koud water in de pan giet”. Of nog eerder, in 1983, in het SP-rapport ‘Gastarbeid en Kapitaal’ waar we lezen: “Bij ons onderzoek zijn wij al vrij snel tot de conclusie gekomen dat de problemen vooral groot worden bij die mensen die van het platteland komen, de islamitische godsdienst belijden en zich waarschijnlijk daardoor moeilijk kunnen aanpassen aan de werk- en leefgewoonten van ons land”. Het enige verschil met Wilders is dat Dales en de SP zich de mond hebben laten snoeren; Wilders laat zich dat - zeer ostentatief - niet gebeuren.

Op de rotte appels die al op tafel liggen past de PVV dezelfde aanpak toe. Vertaald in termen van integratie hebben we het over ‘sociale ontsporing’ enerzijds, en ‘islamisering’ anderzijds. In het geval van sociale ontsporing eisen PVV en maatschappij maar één ding: handhaving van de rechtsorde. Zeker wanneer de misstanden zich richten tegen de samenleving en haar dienaren. Zonder eenduidige handhaving verliest de overheid haar gezag en de burger zijn vertrouwen. De rotte appels die buschaufeurs bespuwen, ambulancebroeders bedreigen en agenten bekogelen verdienen geen respect of een hand boven het hoofd. Ongeacht godsdienst en sociale positie past hier, ter bescherming van de willigen, slechts een eenduidig repressief optreden.

"If you abide by our laws, if you abide our values, by our constitution, you are very welcome to stay and you are equal to everyone else and we will even help you” zei Wilders bij zijn omstreden interview voor de Deense TV. Wie mee wil doen mag mee doen. Voor sommige van zijn tegenstanders is dit nieuws, anderen begrijpen het als de taqiyya van een racist. Vergezocht lijkt mij, misschien een gevalletje ‘zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten’, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat de uitspraak perfect past in het beeld dat de PVV complementaire politiek bedrijft. Beloon de goedwillenden, beperk de kwaadwillenden. Het eerste gebeurt al dertig jaar, het laatste is nieuw.

Ook in de benadering van islamisering is de zienswijze van de PVV complementair. Voor de meeste politici is ‘de islam’ een godsdienst als alle andere. En omdat Artikel 6 de vrijheid van godsdienst garandeert is het onderwerp vanuit politiek oogpunt niet interessant. Waar zou je je druk over maken? Fout, zegt de PVV. De islam is slechts voor eenvijfde deel godsdienst. Het complement, de andere tachtig procent, bestaat uit maatschappelijke normen, waarden en voorschriften. En daarmee is het wel degelijk een politieke aangelegenheid.

Zo heeft de islam haar eigen ideeën over mensenrechten, kent het specifieke kleding- en gedragsvoorschriften, heeft het regels voor bankieren en biedt het zelfs een volwaardig alternatief voor Grondwet en Wetboek. De democratie kan afgeschaft worden want de islam voorziet in alles. Door dit gesloten en zelfdragende karakter is ghettovorming onvermijdelijk. En dat wil de PVV koste wat kost voorkomen. Vooral ook omdat Leer en traditie zich in zeer negatieve bewoordingen uitlaten over andersdenkenden en in onverdunde vorm ronduit strijdig zijn met de Europese cultuur.

Tachtig procent van de islam is politiek, twintig procent valt onder de vrijheid van godsdienst. Totdat wij hebben uitgemaakt waar religie eindigt en sociale dwang begint, totdat we hebben uitgemaakt welke uitheemse tradities we tolereren en welke we verbieden, tot die tijd is het devies: better safe than sorry. En al zullen ze het niet toegeven, deze andere wijze van kijken begint nu ook door te dringen tot de gevestigde politiek.

Rouvoet vatte het deze week als volgt samen: “zet de democratische rechtsstaat in als wapen tegen islamisering. Geef godsdienstvrijheid aan iedereen maar wijs de sharia af”. Wel maakte de Minister daarbij de kanttekening dat hij het rechtspluralisme, zoals de PVV dat voorstaat, afwijst. Wat hem betreft geen regels of restricties speciaal voor moslims. Met deze uitspraak geeft Rouvoet aan nog niet helemaal op streek te zijn immers, als je de sharia afwijst neem je een flinke hap uit de islam en pas je wel degelijk een vorm van rechtspluralisme toe (zeker in de ogen van moslims die menen dat de sharia gewoon in Artikel 6 past).

Complementaire politiek, dat is wat de PVV bedrijft. Politiek gericht op de onwilligen en op alles wat haaks staat op de democratische rechtsstaat. Het is geen dankbare vorm van politiek, dat moge duidelijk zijn, maar het is zeker geen populistische anti-politiek. Aan beleid inzake rotte appels heeft het in Nederland tot op heden ontbroken. Te veel Yin, te weinig Yang.

Het is daarom goed te zien dat deze boodschap ook bij de overige partijen begint te landen. Het volk wist het al maar haar vertegenwoordigers nog niet. Rouvoet met zijn sharia-standpunt, van der Laan over immigratie en recent het CDA met betrekking tot straatterrorisme. Stuk voor stuk onderwerpen die door de PVV zijn geagendeerd.

En als men nu nog tot het inzicht zou komen dat de PVV zich primair richt op wat mis gaat, en niet tegen wat goed gaat, dan komt er misschien een tijd dat dit land weer bestuurbaar wordt.

Complementaire comments plaats je hier

Bron: Jaap in Het Vrije Volk

Commentaar
Ik zou zeggen : Pak vast, Dames en Geren Hrote Heesten (=West Vlaams voor Heren Grote Geesten) die in Vlaanderen de pretentie van ‘goed bestuur’ uitdragen….Wat geldt in NL, geldt bij definitie ook (iets later) in VL, met in Vlaanderen de bijkomende dimensie der uitbuiting door de Franstaligen, met hulp van voor eigen rekening en profijt collaborerende Vlamingen. Naast het Hollands mandje met appelen en peren van het artikel, mag er in Vlaanderen nog eentje bij gezet worden met druiven. Meest zoete druiven, maar ook veel zure! Dan geldt binnenkort het besluit (de laatste zin) van bovenstaand artikel, ook in Vlaanderen: dan komt er een tijd dat het land weer bestuurbaar wordt..
Ik hoop dat veel Vlamingen ondertussen de weg gevonden hebben naar ‘Het Vrije Volk’. Mensen van alle ‘slagh en soort’, terwijl het op de studiediensten van de verscheidene partijen verplichte lectuur zou moeten zijn. Als een soort dagelijks gewetensonderzoek. En waar de media tot hiertoe slechts 3 officiële nieuwsbronnen kennen, waar ze al hun wijsheid en kennis uit blijken te halen (Belga, Reuter en ?) zou het hen sieren, en wie weet, ook in hun geldelijk voordeel spelen, moesten ze deze vrijspreker als Vierde Bron willen aanboren….