zondag 26 april 2009

VOORUITBLIK TOEKOIMSTIG VLAANDEREN

VOORUITBLIK TOEKOMSTIG VLAANDEREN
Ik denk dat ieder individu het recht heeft om met zijn toekomst begaan te zijn. Zelfs als regeringen dat niet doen, zoals de huidige ‘federeale’ regering van stilstand. Is volgens hen de beste manier om de wereldwijde crisis te overleven. Hebben ze geleerd van de struisvogels.
Het ziet er naar uit, dat de boycot rond het Vlaams Belang steeds krampachtiger vorm aanneemt. Is een beetje een nevenverschijnsel van dat de kop in het zand steken van hierboven. Ik neem als voorbeeld de zendtijd ‘politieke partijen’ op TV….Hoe ontroerend hoe de ‘verliezers’ Spa, Groen! En NV-A op de schavotjes gehesen worden. Moeke Vogels als Vrouwe Fortuna op het spreekgestoelte! Ludieker kan het niet! En hoe het Vlaams Belang ofwel wordt doodgezwegen, ofwel wordt vermeld met gedurfde en droom-ware peilingen. Aandacht afleiden, heet dat volgens mij….en, zoals Voltaire al wist: liegen, mensen, liegen! Er zal altijd wel wat blijven hangen….
Maar er zijn altijd mensen die meedrijven met de massa. Het volk is dom, wordt nog altijd geloofd, en die massa wordt bij de neus geleid waar ze niet willen zijn….. Voor zij die de gevaren van de ongebreidelde immigratie en regularisatie van illegalen niet wil inzien (en zich er naar gedragen in het kieshokje), is de toestand zoals hij de laatste 30-40 jaar geëvolueerd is in Egypte, Marokko, Algerije, enz, ttz in het na-koloniale tijdperk van die landen, een lichtend voorbeeld.
Ik stel mij voor dat, tenzij er paal en perk gesteld wordt aan de massa-islamisatie (en meteen weet U weeral de enige partij die radicaal de misbruiken aanpakt), dat wij in Vlaanderen net hetzelfde zullen beleven als bijvoorbeeld de Koptische christenen in Egypte. Lees dus gerust beide artikels hieronder. Laat ze rustig bezinken, maak U vertrouwd met de Arabische woorden die er in voorkomen: het wordt hoog tijd dat U ze kent en leert gebruiken,. …

Egypte streeft naar islamisering


Encina Navan 26 april 2009

Egypte wordt vaak gezien als één van de meest moderne en gematigde islamitische landen. Feitelijk heeft het land echter de sharia ingevoerd, ook al wordt dat omgeven met ontwijkende bewoordingen. Intellectuele moslims die kritiek uitoefenen op deze situatie zijn hun leven niet zeker. Farag Foda werd in 1992 vermoord door islamisten.


Meteen na de islamitische revolutie in Iran (1979) begonnen ook in Egypte de islamisten actiever te worden. Ze belagen minderheden, buitenlandse toeristen en eisen de religieuze belasting, de jizya, van dhimmi’s als de Kopten. De Egytische overheid probeert de islamisten de wind uit de zeilen te nemen door zich meer islamitisch te profileren, maar versterkt hiermee wel het proces van islamisering in het algemeen.

De mensenrechtenactivist Farag Foda (1945-1992) schreef een artikel over de mensenrechten situatie in Egypte onder de titel Minorities and human rights in Egypt. De tekst werd oorspronkelijk gepubliceerd in een Egyptisch blad, Adab wa-naqd, no. 83, juli 1992.

Foda zegde zijn lidmaatschap van de liberale Wafd-partij op in 1984 omdat deze partij een akkoord met de Moslimbroederschap had gesloten. Foda heeft filosofie gestudeerd en een groot aantal boeken en krantenartikelen over de verhouding tussen islam en moslims geproduceerd.

Vrijheid van geloof is absoluut volgens de Universele Rechten van de Mens. Dat houdt in dat hij mag geloven wat hij wil en daarin veranderingen mag brengen naar eigen wens. Dit concept kan niet worden teruggevonden in de Egyptische grondwet (volgens art. 2 van de grondwet van Egypte is islam de staatsgodsdienst), evenmin in het denken van de Egyptenaren, zelfs de hoog opgeleide. Artikel 19 van de grondwet schrijft voor dat religieus onderwijs een verplicht onderdeel is van alle schoolopleidingen.

De heersende opvatting in Egypte, op alle niveau’s, officieel, cultureel en bij het volk, is dat de vrijheid van godsdienst betekent dat men vrij gelaten wordt in de beleving van de islam. Men mag als moslim overstappen van de school van Shafi naar de school van Hanbal of Malik. Elke ruimere uitleg van vrijheid van godsdienst valt onder riddah, het verlaten van de islam.
In Egypte zijn er drie godsdienstige minderheden: de Christenen (Kopten), de Baha’i en de Shiieten. De Baha’i worden niet erkend als een godsdienst, omdat het geloof wordt opgevat als batini, een mystieke of esoterische opvatting van de godsdienst, die de tawhid zou verbreken. De afkeer van de batini’s is door al-Gazali een belangrijk punt van de geloofsleer gemaakt. Hij meende dat de batini opvatting de positie van Mohammed verzwakte ten gunste van de imam.
Tegen de Baha’i zijn tal van maatregelen genomen:
- een fatwa van de Azhar universiteit die verklaarde dat de leider van de Baha’i een ongelovige was (1910);
- een verklaring van de rechtbank in 1946, waarbij het huwelijk van een vrouw die getrouwd was met een man die zich had bekeerd tot de Baha’i, ongeldig werd verklaard omdat deze man de islam had verlaten;
- een fatwa van de Azhar universiteit (1947 en 1949) die het aanvaarden van Baha’i geloof tot het verlaten van de islam verklaarde;
De Baha’i proberen al sinds 1934 officiële erkenning te verkrijgen, maar de authoriteiten weigeren die met het argument dat de Baha’i een bedreiging voor de algemene veiligheid zou betekenen. Telkens weer hebben de Baha’i geprobeerd om erkenning af te dwingen, tot voor het gerechtshof, dat in 1952 het verzoek afwees, met als reden dat de Baha’i afvalligen waren die de islam hadden verlaten. De eredienst van de Baha’i werd verboden en hun gebouwen gesloten. In 1960 volgde het besluit van de overheid om bezittingen en tegoeden van de Baha’i in beslag te nemen en die ten goede te laten komen aan de Association for the Preservation of the Noble Quran.

Voor christenen in Egypte geldt ook een andere vrijheid van godsdienst dan voor moslims. Christenen mogen geen nieuwe kerken bouwen of oude repareren. Islam is immers gekomen om alle voorgaande godsdiensten op te volgen. Christenen worden geweerd uit bepaalde banen, vooral bij de overheid, politie en leger. Moslims die overgaan tot het christendom ondervinden enorm veel tegenwerking en zien zich vaak gedwongen om het land te verlaten.
Foda denkt dat de voortschrijdende islamisering van Egypte een groot gevaar is voor de eenheid van het land. Hij denkt dat gematigde moslims tegenover fanatieke moslims zullen komen te staan.

Sinds een aantal jaren worden christenen in de media van Egypte in toenemende mate bespot en bekritiseerd. De universiteit van Azhar laat moslims toe in alle studierichtingen, ook als ze matige cijfers hebben. Niet-moslims moeten dus islam vakken studeren, alvorens toegelaten te worden tot andere richtingen. Ondertussen betalen christenen en andere geloven wel belasting waarvan de universiteiten betaald worden.

De bevindingen van Farag Foda worden bevestigd door westerse onderzoekers. In een WRR rapport staat dat sinds 1980 de sharia de enige en uitsluitende basis voor de Egypte wetgeving is (Sharia en nationaal recht in twaalf moslimlanden, Otto, 2006, p. 26). Een dergelijke invoering kan maar op één manier uitgelegd worden. De Egyptische staat is niet alleen in beschrijvende zin een islamitisch land, in de zin dat er veel moslims wonen, maar dient ook in alle overige betekenissen islamitisch te zijn of te worden. Er wordt dus actief gestreefd naar verdere islamisering.

De Egyptische autoriteiten op alle niveau’s discrimineren christenen bij het verkrijgen van bouwvergunningen voor kerken en sociale instellingen. De autoriteiten houden het verlenen van de vergunningen, ook in de meest eenvoudige gevallen, vaak jarenlang tegen. Een uitgebreid verslag hiervan is te vinden in Religious freedom report 2003, State of religious freedom, section II.

Toerisme is voor Egypte een belangrijke bron van inkomen. Het bruto nationaal product is ongeveer 40 miljard euro, waarvan 11 % uit toerisme wordt verkregen. Ongeveer 70 % van de toeristen komt uit Europa.
Egypte importeert meer dan het exporteert (4 miljard dollar per jaar) en alleen het toerisme kan het verschil goedmaken. Hier ligt een mogelijkheid voor de Europese Unie om de Egyptische overheid onder druk te zetten inzake de mensenrechten.


Bron tekst van Foda: CSIC papers, Minorities and Human Rights in Egypt, ISSN 0959-8456. 1994. Originele tekst in het Frans. Bewerking uit het Engels door E.N.



Lees ook: Marokko voert de sharia in, waar er staat:

De nieuwe koning Mohammed VI hield van jetski's, sportauto's en golf, dus zijn troonsbestijging in 1999 leek een modernisering in te luiden. Maar hij is ook de Amir-al-Mamounin, de aanvoerder der gelovigen, en heeft een familierecht ingevoerd dat gebaseerd is op koran, en dus sharia is.

In de Nederlandse grondwet heeft een ieder recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. (art. 10 GW). Een ieder wordt geacht te leven naar eigen goeddunken, behoudens de verantwoordelijkheid jegens de wet.

In Marokko ligt dit anders. De Marokkaanse overheid verplicht haar onderdanen altijd de Marokkaanse nationaliteit te behouden, ook al leven zij al generaties elders. Het moederland behoudt altijd een claim op de loyaliteit van de nakomelingen. Deze claim gaat veel verder dan alleen de nationaliteit. Deze claim betreft ook de persoonlijke levenssfeer. Marokko heeft de sharia ingevoerd voor wat betreft het huwelijk.

Dit blijkt uit de Code de la Famille die in 2004 in Marokko werd ingevoerd. Toegegeven, op sommige punten is de Code de la Famille een vooruitgang. Het schrijft nadrukkelijk de instemming van beide huwelijkspartners voor en een minimumleeftijd van achttien jaar voordat iemand mag trouwen.

De Code is een dahir, dat wil zeggen een koninklijk decreet dat geldt als een wet en voorrang heeft boven de gewone administratieve voorschriften. Het belang van de dahir blijkt uit de aanhef: de koning van Marokko heeft de opdracht tot het opstellen van de Code de la Famille gedaan in zijn hoedanigheid van aanvoerder der gelovigen.

De Code bevat een aantal voorschriften met enorme consequenties:

Artikel 2. De bepalingen van de code gelden voor:
1) alle Marokkanen, ook zij die een andere nationaliteit bezitten;
3) elke relatie waarvan één van de partners Marokkaan(se) is;
4) elke relatie tussen Marokkanen waarvan één van beide partners een moslim is. (p. 10)

Artikel 19 tot en met 34 gaan over de bruidsschat, zoals het bepalen van de betalingstermijn en de voorwaarden waaronder de bruidsschat teruggegeven moet worden.

Artikel 39. Verboden is:
4) het huwelijk tussen een moslim en een niet-moslim, behalve als de vrouw christen of jood is [behoort tot het Volk van het Boek].

Artikel 40 en 41 regelen de polygamie, die dus een wettelijke status krijgt.

Artikel 54. Verplichtingen van de ouders tegenover de kinderen:
6) het zorgdragen voor religieuze opvoeding (“orientation religieuse”)

Artikel 57. Het huwelijk is ongeldig indien:
2) aan één van de bepalingen van artikel 35 tot en met 39 wordt voldaan, waaronder het trouwen met een mannelijke niet-moslim of een vrouwelijke niet-moslim, die bovendien geen christen of jood is.

Dat betekent dat een Nederlandse vrouw die trouwt met een Marokkaan, een ongeldig huwelijk gesloten heeft, in het geval dat ze voor de Marokkaanse wet geen godsdienst heeft of bijvoorbeeld Hindoe is.

Deze code is een rem op huwelijken tussen Nederlanders en Marokkanen. De Code de la Famille spoort Marokkanen aan om toch vooral alleen met moslims te trouwen en zo te waarborgen dat moslims een aparte groep vormen in een niet-islamitisch land.

Maokko staat niet alleen in dit opzicht. Algerije voerde ook een Code de la Famille in (2005) met grotendeels dezelfde tekst. In deze Code is het artikel 31 dat het verbod bevat. De tekst is minder uitgebreid dan in de Marokkaanse Code en verbiedt alleen vrouwelijke moslims te trouwen met een niet-moslim.

Hiermee is verklaard waarom de helft van de immigratie naar Nederland bestaat uit huwelijksimmigratie (gegevens CBS). Aan de verhouding tussen Marokkaanse mannen en vrouwen kan dat niet liggen. Uit een studie van het NIDI (2006) blijkt dat het aantal mannen in de leeftijdsgroep van 20 tot 30 jaar zelfs kleiner is dan het aantal vrouwen (p. 5). Toch haalt ruim de helft van de mannen en drie kwart van de vrouwen liever een partner uit het land van herkomst (p. 7-8). Familiebelangen spelen een belangrijke rol hierbij: men wil graag emigreren naar het rijke westen. De man in Nederland kan de bruidsschat voor de Marokkaanse vrouw betalen. De wetgeving van Marokko schrijft apartheid voor ten opzichte van Nederlanders en zwengelt daarmee de immigratie aan. Elk jaar neemt het aantal Marokkanen met ongeveer 5000 personen toe alleen door immigratie. Veel mensen die opgeven als reden voor immigratie ‘gezinshereniging’ zijn nog jong genoeg om een paar jaar later een nieuw gezin te gaan vormen. Over twintig jaar zullen er in dit tempo ongeveer 700.000 Marokkanen in dit land wonen. Het rapport stelt duidelijk: de Marokkanen zijn de snelst groeiende groep allochtonen in Nederland (p. 6).

Geen opmerkingen: